HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN
“DE DALFSER VOLKSTUINVERENIGING”

Artikel 1 Algemene bepalingen
1. De vereniging genaamd “Dalfser Volkstuinvereniging”, hierna te noemen “de vereniging”, is bij notariële
akte opgericht op 7 maart 1975 en is gevestigd te Dalfsen.
2. Het huishoudelijk reglement is van toepassing in onverbrekelijke samenhang met de statuten van de
vereniging, zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd en vastgesteld bij notariële akte op 27 januari 1982.
3. De vereniging kent:
a) Kandidaat-leden, aan wie een tuin in het vooruitzicht is gesteld (wachtlijst of anderszins)
b) Leden, aan wie een tuin is verpacht
c) Ereleden, als zodanig benoemd door het bestuur
d) Begunstigers, die de vereniging met een donatie ondersteunen

 

Artikel 2 Aanvraag lidmaatschap
Bij aanvraag van het lidmaatschap dienen in ieder geval de volgende gegevens te worden verstrekt:
1. Achternaam en voorletters
2. Roepnaam
3. Geboortedatum
4. Adres
5. Postcode en woonplaats
6. Telefoonnummer
7. E-mail adres
8. Ingangsdatum lidmaatschap
Ieder lid, kandidaat-lid, erelid of begunstiger is verplicht bij adreswijziging zo spoedig mogelijk het bestuur
schriftelijk (of per e-mail) daarvan in kennis te stellen.

 

Artikel 3 Kandidaat-leden en Leden
1. Een geïnteresseerde kan zich schriftelijk (of per mail) bij de secretaris aanmelden met het verzoek in
aanmerking te willen komen voor een tuin. Het bestuur beslist omtrent de toelating. In overleg met de
geïnteresseerde wordt gekeken naar de mate van ervaring en in hoeverre advies gewenst is bij het
starten van een moestuin.
2. Kandidaat-leden die kunnen worden toegelaten zijn meerderjarige natuurlijke personen aan wie, na
schriftelijke aanmelding, door het bestuur een tuinperceel in het vooruitzicht is gesteld. Kandidaat-leden
worden door het bestuur indien nodig op een wachtlijst geplaatst in volgorde van ontvangst van de
aanmelding.
3. Leden van de vereniging zijn meerderjarige natuurlijke personen aan wie, na schriftelijke aanmelding,
door het het bestuur een tuinperceel is verpacht.

 

Artikel 3a. Grootte van het in gebruik te nemen tuinperceel.
1. Een nieuw lid kan gedurende de eerste 12 maanden van het lidmaatschap maximaal 1 perceel tuin huren ter grootte van maximaal 1 are (100m2), tenzij het bestuur anders beslist.
2. Vrijgekomen tuinen worden in volgorde van de ontvangst van de aanmelding aangeboden aan kandidaatleden. Echter indien een lid een tuin wenst te ruilen voor een vrijkomende tuin kan het bestuur aan een dergelijk verzoek voorrang verlenen.

 

Artikel 4 Begunstigers
Begunstigers zijn natuurlijke personen en rechtspersonen die de vereniging steunen met een bijdrage.
Begunstigers hebben net als de leden toegang tot het volkstuincomplex, maar beschikken niet over een tuin.
Begunstigers krijgen alle informatie van de vereniging en hebben toegang tot de algemene leden
vergadering met het recht om het woord te voeren; zij hebben geen actief en passief kiesrecht. Begunstigers
verbinden zich met een jaarlijkse vrijwillige bijdrage van minimaal € 20,- of minimaal € 200,- ineens.

 

Artikel 5 Ereleden
Tot erelid kunnen, door de algemene ledenvergadering, leden of niet-leden worden benoemd die zich op
bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor de vereniging. Ereleden worden benoemd op
voordracht van het bestuur. Ereleden kunnen gevraagd of ongevraagd de vereniging van advies dienen.

 

Artikel 6 Verplichtingen van de Leden

Artikel 6a Jaarlijkse financiële verplichtingen
1. De contributie voor het lidmaatschap van de vereniging, alsmede de pacht per are en het inschrijfgeld en
de borg, worden elk jaar voor het lopende verenigingsjaar in de algemene leden vergadering opnieuw
vastgesteld. Vanaf het jaar 2017 bedraagt de contributie € 20,- , de pacht eveneens € 20,- per are en het
inschrijfgeld € 15,-. De borg bedraagt € 50,-.
2. De contributie, pacht, inschrijfgeld en borg dienen 14 dagen na aanschrijving (ontvangst van de nota)
betaald te zijn aan de penningmeester, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen met het bestuur.
Betaling dient plaats te vinden door overmaking op de bankrekening van de vereniging.

 

Artikel 6b Financiële verplichtingen bij lid worden in de loop van een kalenderjaar
Wie lid wordt vóór 1 juni is het volledige contributiebedrag van het actuele kalenderjaar verschuldigd.
In speciale gevallen kan het bestuur anders beslissen.

 

Artikel 6c Overige verplichtingen
Behalve andere dan in de statuten genoemde plichten gelden aanvullend de volgende regels:
1. Tuinen van andere leden mogen niet zonder toestemming van het desbetreffende lid betreden worden.
2. Een lid dient het bestuur of diens gemachtigde(n) altijd toe te laten op de tuin.
3. Het is leden niet toegestaan om zonder toestemming van het bestuur een toegewezen tuinperceel in
(mede)gebruik aan een ander te geven. Het bestuur is hierin beslissend.
4. Kandidaat-leden, leden en ereleden zijn verplicht de aanwijzingen van het bestuur op te volgen en zich te
houden aan de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van de algemene ledenvergadering.

 

Artikel 7 Rechten van de Leden
1. Recht van toegang tot de gewone en bijzonder algemene ledenvergadering.
2. Recht van gebruik van de ter beschikking staande (hulp)middelen op het tuincomplex, zoals
waterpompen, kruiwagens, en opstallen voor algemeen gebruik.
3. Het is ieder lid toegestaan onder bepaalde voorwaarden op het zijn/haar toegewezen tuinperceel kassen,
platte broeibakken of koude bakken te plaatsen. Het gebruik van broeitunnels, kleine broeikasjes en
hulpmaterialen voor het (op)kweken en telen van gewassen is eveneens toegestaan, evenals het gebruik
van (gewas-)steunmiddelen zoals bonenstokken e.d.. Dit alles ter goedkeuring van de Tuincommissie.
De genoemde platte broeibakken of koude bakken dienen van behoorlijk materiaal (hout of steen)
gebouwd te worden. De afdekking moet vanaf heden geschieden met zgn. éénruiters of andere
behoorlijke ramen van uitsluitend doorzichtige kunststof.
4. De in lid 3 bedoelde bakken en andere hulpmiddelen – uitgezonderd de genoemde (gewas-)
steunmiddelen – mogen slechts een hoogte hebben van 50 cm boven het maaiveld. Kassen hebben een
maximale hoogte van 220 cm.
5. Elk lid is het toegestaan één tuingereedschapskist op het tuinperceel te plaatsen. Deze kist mag
maximaal de volgende buitenafmetingen hebben : lengte 200 cm, breedte 50 cm en hoogte 50 cm.
6. Zij die als lid of kandidaat-lid geschorst zijn, missen gedurende de tijd van de schorsing alle rechten.
7. Leden hebben alle andere rechten die vermeld staan in de statuten en die in dit reglement niet expliciet
genoemd worden.

8. De leden zullen op het tuincomplex elkaars eigendommen respecteren. Zij hebben het recht
onbevoegden te verzoeken het tuincomplex te verlaten.

 

Artikel 8 Uitgifte van tuinpercelen
1. Alleen het bestuur is gemachtigd tuinpercelen aan kandidaat-leden uit te geven. Actuele situaties en
specifieke omstandigheden kunnen het bestuur doen besluiten af te wijken van genoemde bepalingen.
2. Aan een kandidaat-lid wordt het eerste jaar één tuinperceel van maximaal 1 are toegewezen.
3. Bij de uitgifte zal aan een kandidaat-lid in principe voorrang worden verleend. Indien er tegelijkertijd een
verzoek is van een lid waarin om uitbreiding wordt verzocht, beslist het bestuur.
4. Uitgifte van tuinpercelen aan kandidaat-leden vindt plaats op grond van de volgorde van inschrijving in de
kandidaten-ledenlijst (wachtlijst).
5. Uitgangspunt is dat per postadres een maximum van 2 percelen ter grootte van totaal 2 are (200m2)
wordt uitgegeven.

6. Bij overlijden van een lid gaan het lidmaatschap en het recht van het gebruik van het tuinperceel over op
de partner tot opzegging.
7. Een ieder die als lid wordt toegelaten en geregistreerd staat bij de vereniging, ontvangt een bewijs van
lidmaatschap alsmede een exemplaar van de statuten en het huishoudelijk reglement.

 

Artikel 9 Het bestuur, werkwijze en kandidaatstelling
1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging; haar komen alle bevoegdheden toe
overeenkomend met de statuten.
2. Het bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of ten minste twee andere bestuursleden dit nodig
acht(en). Ook vergaderingen van het dagelijks bestuur vinden plaats zo vaak als de voorzitter dit nodig
acht.
3. Bestuursbesluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Voor het nemen van rechtsgeldige
besluiten dient ten minste de helft van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig te zijn.
4. Uitgaven welke door een bestuurslid in de uitoefening van zijn/haar functie en na voorafgaande
goedkeuring van het bestuur worden gemaakt, zijn voor rekening van de vereniging. Het bestuurslid legt
hiervan verantwoording af aan de penningmeester.
5. Een lid kan door andere leden voor een bestuursfunctie worden voorgedragen. De kandidaat dient
schriftelijk bij het bestuur te worden voorgedragen en wel uiterlijk 14 dagen voor de algemene
ledenvergadering. Het bestuur van de vereniging wordt door de algemene ledenvergadering uit de leden
benoemd of herbenoemd (zie artikel 25 Statuten).

 

Artikel 10 Het bestuur, de voorzitter
1. De voorzitter is belast met de algemene leiding van de vereniging. Hij/zij leidt de vergaderingen, is de
woordvoerder namens de vereniging en representeert de vereniging naar buiten.
2. De voorzitter houdt toezicht op de naleving van de statuten en de reglementen, alsmede op de naleving
van de besluiten door de diverse organen genomen.
3. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een daartoe door het bestuur aangewezen
bestuurslid.

 

Artikel 11 Het bestuur, de secretaris
1. De secretaris is belast met de gehele administratie van de vereniging, met uitzondering van de financiële
administratie.
2. De secretaris voert de correspondentie, houdt een leden- en kandidaat-ledenlijst bij en maakt van elke algemene ledenvergadering notulen die hij/zij ter goedkeuring aan de leden en kandidaat-leden voorlegt
op de eerstvolgende algemene ledenvergadering. Op de gewone algemene ledenvergadering geeft de
secretaris namens het bestuur een verslag van het afgelopen jaar. Namens het bestuur heeft de
secretaris de zorg voor het bijhouden en onderhouden van het archief.

 

Artikel 12 Het bestuur, de penningmeester
1. De penningmeester is belast met het zorgvuldig beheren en bewaken van de geldmiddelen en verdere
eigendommen van de vereniging en het zorgvuldig voeren van de administratie hiervan;
2. Het innen van de in artikel 32/33 van de statuten genoemde geldmiddelen en het verrichten van de
betalingen;
3. Het opmaken van het jaarverslag over het gevoerde financiële beleid met de daarbij behorende balans en
het overzicht van de ontvangsten en uitgaven;

4. Het opstellen van de begroting en het bewaken van de door de gewone algemene ledenvergadering
goedgekeurde begroting.
5. Het verslag uitbrengen in de gewone algemene ledenvergadering over zijn of haar financiële beheer in
het achterliggende boekjaar, doch niet zonder dat vóóraf door de kascommissie de boekhouding en
gelden zijn gecontroleerd. De penningmeester brengt schriftelijk en desgewenst mondeling verslag uit
over de financiële stand van zaken.

 

Artikel 13 Kascommissie en Tuincommissie

1. Kascommissie
Op elke gewone algemene ledenvergadering wordt een kascommissie ingesteld ter controle van het
financiële beheer van de vereniging door de penningmeester over het lopende boekjaar. De kascommissie
bestaat uit twee leden of kandidaat-leden door de algemene ledenvergadering daartoe benoemd. Jaarlijks
wordt één lid van de commissie door een nieuw lid vervangen.
Een bestuurslid mag geen deel uitmaken van deze kascommissie. De kascommissie brengt na haar controle
schriftelijk verslag uit van haar bevindingen op de gewone algemene ledenvergadering.

2. Tuincommissie
Het bestuur benoemt een Tuincommissie, bestaande uit een bestuurslid als voorzitter en zo mogelijk
tenminste twee leden. De leden van de tuincommissie maken sinds 2019 deel uit van het bestuur. Leden van
de tuincommissie zijn elke 2 jaar herkiesbaar.
a) Elk jaar zal door de voorzitter van de Tuincommissie in de gewone algemene ledenvergadering
mondeling dan wel schriftelijk verslag worden uitgebracht van de werkzaamheden en bevindingen van
de Tuincommissie over het voorbije verenigingsjaar.
b) De Tuincommissie zal regelmatig, het gehele jaar door, controleren of door de leden wordt voldaan
aan het gestelde in dit reglement. Het goed en ordelijk beheer van het volkstuincomplex staat daarbij
centraal.
c) De Tuincommissie is ten allen tijde aan het bestuur verantwoording schuldig en doet van elke
rapportage een afschrift toekomen aan de secretaris van het bestuur.

 

Artikel 14 Verzorging ten aanzien van de tuinpercelen
Het gehele volkstuincomplex zal een zo goed mogelijk aanzien moeten hebben. Van ieder lid wordt verwacht
dat het aan hem/haar toegewezen tuinperceel en de aangrenzende wegen, paden en walkanten,
voortdurend naar behoren worden onderhouden.

1. De onderhoudsbepalingen zijn:
a) Het onkruidvrij houden van het eigen tuinperceel.
b) Het onkruidvrij houden en begaanbaar houden van de aangrenzende paden aan alle zijden met
uitzondering van de als zodanig in het inrichtingsplan vastgestelde hoofdaanvoerweg(en) (het
zandpad naar de dijk).
c) Het dumpen en het verbranden van afval, waar dan ook op het complex, is niet toegestaan.
d) Het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen is eveneens niet toegestaan.

2. Opstal en bouwwerken
a) Het is ieder lid verboden om tuinhuisjes, schuurtjes of andere opstallen – behalve het gestelde in art.
7.3 – op het tuinperceel te plaatsen. Mocht het oprichten van enige bebouwing als boven bedoeld op
het volkstuincomplex wenselijk zijn, dan zal dit slechts toegestaan worden nadat de grootte,
vormgeving, situering, materiaalkeuze en kleur van de te plaatsen opstallen bij het bestuur bekend
zijn.
b) Voor de aanvang van het bouwen van zowel een schuilhut/afdakje en/of een kas op het perceel dient
altijd om toestemming bij het bestuur gevraagd te worden. Zonder toestemming mag er niet worden
gebouwd. Per tuin mag hoogstens een schuilhut met een oppervlakte van maximaal 5 m2 worden
gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 220 centimeter.
c) Bouwwerken (maar ook beplanting) dienen zodanig geplaatst te worden dat medetuinders hier geen
last (zonlichtreductie) van ondervinden. Bouwwerken dienen van behoorlijk materiaal gebouwd te
worden naar goedkeuring van de Tuincommissie. Alle hout- en/of metaalwerk, in welke vorm dan ook
gebruikt, moet geschilderd zijn in een gedekte groene of bruine kleur en steeds in goede staat worden
onderhouden.
d) Bonenstokken en andere (gewas-)steunmiddelen dienen vóór 1 november van elk jaar aan hun
normale gebruik te worden onttrokken en mogen niet hoger dan 1 meter boven het maaiveld voor
(winter)berging, goed verankerd, worden opgestapeld.
e) Het is ieder lid verboden afrasteringen te verbreken, grens- of perceelnummerpalen te verwijderen of
te verplaatsen, ongeacht of deze van de vereniging of van derden zijn.
f) Het is ieder lid verboden rondom het hem/haar toegewezen tuinperceel een haag of enige andere
afscheiding te plaatsen.
g) Bij het beëindigen van de huur van een perceel dient de huurder er zorg voor te dragen dat
bebouwingen, tegels en/of ander bestratingsmateriaal verwijderd worden, tenzij ze overgenomen
worden door de volgende huurder.
h) In alle gevallen waarin dit artikel niet voorziet, beslist het bestuur.

 

Artikel 15 Op te leggen maatregelen
Het bestuur is bevoegd tot het opleggen van maatregelen.

1. Het bestuur kan overgaan tot het opleggen van maatregelen indien een lid:
a) zijn/haar tuin en de daarop aanwezige opstallen niet of niet naar behoren onderhoudt;
b) zich niet aan de bepalingen in de statuten, reglementen, besluiten van de algemene ledenvergadering
en/of openbaar bekend gemaakte bestuursbesluiten houdt.
Het bestuur kan een termijn bepalen waarbinnen de in lid 1a van dit artikel genoemde nalatigheden
alsnog moeten worden uitgevoerd of moeten worden hersteld, maar is hiertoe niet verplicht. Het opgelegd
krijgen van een maatregel en het voldoen hieraan ontslaat een lid niet van zijn/haar verplichting(en). Het
opleggen van maatregelen ontneemt het bestuur niet de mogelijkheid om over te gaan tot beëindiging
van het lidmaatschap van het betreffende lid.
Bij nalatig onderhoud worden de eventuele opruimkosten en externe kosten (bijv. gemeentelijke heffingen
voor storten afval) in rekening gebracht bij het betreffende lid. Indien het opruimen door de vereniging
wordt uitgevoerd, wordt een uurtarief in rekening gebracht. Dit uurtarief wordt jaarlijks door het bestuur
vastgesteld.

2. Te volgen procedure bij nalatig onderhoud:
a) Indien een overtreding door een lid wordt gepleegd als geconstateerd in lid 1a van dit artikel, wordt
deze nalatigheid door de Tuincommissie schriftelijk vastgelegd. Het afschrift van dit verslag, met de
vraag om een ontvangstbevestiging, wordt zo spoedig mogelijk naar het betreffende lid gestuurd, met
de aanzegging dat – tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen – binnen twee weken
na ontvangst de overtreding(en) moet(en) zijn opgeheven en/of de vereiste herstelwerkzaamheden
moeten zijn uitgevoerd.
b) Wordt bij een lid binnen één jaar tenminste twee keer geconstateerd dat er sprake is van ernstige
overtredingen van het gestelde in lid 1, en de Tuincommissie voldaan heeft aan het gestelde in lid 2a,
en het betreffende lid binnen twee weken geen gehoor geeft aan een herhaalde aanzegging (na de
tweede constatering van nalatigheid), dan is het bestuur gemachtigd het betreffende tuinperceel door
derden in goede staat van onderhoud te laten brengen, waarbij de gemaakte kosten op het
betreffende lid verhaald zullen worden. Het lid zal hier tijdig van op de hoogte gebracht worden.
c) Wordt binnen twee jaar wederom bij herhaling geconstateerd dat er sprake is van een ernstige
overtreding van het gestelde in lid 1, na herhaalde waarschuwingen en aanzeggingen, dan zal het
bestuur bedoeld lid voordragen voor royement volgens art. 12 lid 1 sub d van de Statuten.

3. Te volgen procedure bij nalatigheid betaling contributie:
Na het verstrijken van de betalingstermijn van 14 dagen voor de contributie en de pacht, worden de
daardoor ontstane inningskosten, vermeerderd met een boete, in rekening gebracht. De hoogte van de
boete bedraagt na de eerste aanmaning € 5,00, na een tweede € 10,00 waarna vervolgens bij nietbetaling
art. 12 lid 1 sub c van de Statuten in werking treedt. Onverminderd blijft het recht van de vereniging om al het verschuldigde alsnog te innen.

 

Artikel 16 Beëindiging lidmaatschap
1. Opzegging van de tuin moet schriftelijk (of per e-mail) gemeld worden bij de secretaris van de vereniging.
2. Bij opzegging van het lidmaatschap van de vereniging dient het te verlaten tuinperceel in goede staat van
onderhoud (onkruidvrij) te worden achtergelaten. De staat van onderhoud van het betreffende perceel zal
binnen 10 dagen na de dag van achterlaten worden gecontroleerd door twee door het bestuur aan te
wijzen leden van de Tuincommissie.
3. Indien de staat van onderhoud door leden van de tuincommissie niet in orde wordt bevonden, zal aan het
betreffende lid een schriftelijke aanzegging gedaan worden met het verzoek om het betreffende perceel
alsnog binnen twee weken in goede staat van onderhoud te brengen.
4. Wordt hier door het lid niet aan voldaan, dan is het bestuur gemachtigd het betreffende tuinperceel door
een extern bedrijf in goede staat van onderhoud te brengen en de betaalde borg in te houden. De
eventueel extra gemaakte kosten zullen op het betreffende lid verhaald worden. Ook juridische kosten die
eventueel hier uit voortvloeien zullen voor rekening van het betreffende lid zijn.

Artikel 17 Gebruik van bestrijdingsmiddelen/meststoffen
1. De vereniging stelt zich ten doel om het natuurlijk tuinieren te bevorderen; het gebruik van chemische
onkruidbestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.
Indien het gebruik van insectenbestrijdingsmiddelen of plantversterkende middelen noodzakelijk is, is
uitsluitend het gebruik van bij de wet toegestane en goedgekeurde biologische (eco-)middelen
toegestaan.
2. Er mogen geen bestrijdingsmiddelen op aangrenzende tuinen terecht komen. Daarom mogen
bestrijdingsmiddelen niet binnen 50 cm van de grens met de aangrenzende tuin worden aangebracht,
tenzij anders met uw buurman/vrouw overeengekomen. Houd rekening met de windrichting en de
windsterkte.
3. De leden zijn verplicht de wettelijk voorgeschreven maatregelen ter bestrijding van plantenziekten uit te
voeren. Dit om besmetting en uitbreiding te voorkomen. Te denken valt hierbij vooral aan fytoftora bij
aardappelen en de coloradokever.
4. De leden is toegestaan om bij het streven gezonde gewassen en/of sierplanten te telen, de bij de wet
toegestane en goedgekeurde kunstmeststoffen te gebruiken.
5. De bemesting van de tuinpercelen met organische meststoffen is alleen toegestaan in de periode tussen 1
oktober en 1 april. Het is dan toegestaan om op de hoofdaanvoerwegen met een mechanisch
voortbewogen voertuig te komen om meststoffen aan te voeren. Verder transport van de meststoffen naar
elk tuinperceel dient te geschieden per kruiwagen op een zodanige wijze dat tuinpercelen, gewassen
en/of eigendommen van derden geen enkele schade daarvan ondervinden.

 

Artikel 18 Teelt en beplantingsrichtlijnen
1. Ieder lid is verplicht om bij de teelt van aardappelen wisselteelt toe te passen. Er mag hooguit één keer in
de drie jaren op hetzelfde gedeelte aardappelen geteeld worden. De Tuincommissie zal hierop toezien.
2. De aanplant van hoogstam vruchtbomen is verboden. Aanplant van vruchtstruiken (laagstam) dan wel
andere opgaande gewassen is toegestaan, dit met een maximale hoogte van 2.50 meter, mits je geen
schaduw overlast geeft aan het naastliggende perceel.
3. Alle aanplant op het tuinperceel dient steeds zodanig te geschieden dat geen hinder wordt ondervonden
van vergroeiing met de aangrenzende paden/wegen langs ieder tuinperceel.

 

Artikel 19 Geen toegang
1. Indien door het bestuur en/of de Tuincommissie kinderen of jeugdigen zonder geleide op het tuincomplex
worden aangetroffen zal hun naar naam en adres worden gevraagd. Vervolgens zullen de ouders op de
hoogte gebracht worden. Voor eventueel door kinderen aangerichte schade aan eigendommen van de
vereniging worden de ouders door het bestuur aansprakelijk gesteld.
2. Het zich luidruchtig gedragen dan wel het laten spelen van audioapparatuur, radio’s etc. op een zodanige
wijze dat overlast aan anderen wordt bezorgd, is verboden. Het gebruik van oortelefoons om tijdens uw
aanwezigheid op de tuin muziek te beluisteren is toegestaan.
3. Het is niet toegestaan om loslopende honden mee te nemen op het volkstuincomplex. Honden dienen
aangelijnd te zijn en mogen niet door andere percelen lopen. U dient uw hond op uw eigen perceel ook
aangelijnd te houden.
4. Het houden van elk soort vee, kleinvee, pluimvee of andere (landbouw)huisdieren op het perceel is
verboden.

 

Artikel 20 Stortplaats voor overtollig groen
1. De leden wordt aanbevolen om hun eigen groenafval te composteren op een eigen composthoop op hun
perceel. Composteerbaar groenafval dat je niet in je eigen compost wil, kan gebracht worden naar de
hierna genoemde stortplaats.
2 De ten behoeve van alle leden ter beschikking staande stortplaats is alleen bedoeld als stortplaats voor
composteerbaar groenafval.
3. Het composteerbaar groenafval moet ordentelijk hoog opgetast aangebracht worden om de omvang van
de bult te beperken. Indien gebruik gemaakt moet worden van de loopplank, dan dient deze vrij
gehouden te worden.
4 Deze stortplaats wordt als deze vol is leeggehaald en uitgereden middels een mestverspreider op het
land van een boer. Daarom moet hetgeen wat op de bult gestort wordt aan de volgende eisen voldoen:
a) Het groenafval dient klein te worden aangeleverd (maximaal 20 cm).
b) Zo min mogelijk aanhangende grond op de bult door je afval goed uit te schudden op eigen perceel.
c) Afvalmateriaal zoals stammen, tuinhout, timmerhout, palen, grof snoeihout (takken) mogen niet op de
bult en dient u zelf af te voeren en mag niet (ook niet tijdelijk) opgeslagen worden op het perceel.
d) Plastic, touw, stenen, oud gereedschap etc. horen niet thuis op deze bult.
De Tuincommissie zal hier scherp op toezien.

 

Artikel 21 Slotbepalingen
Dit reglement kan op voorstel van het bestuur of tenminste 10 leden of kandidaat-leden door de algemene ledenvergadering worden aangevuld of worden gewijzigd. Voorstellen tot wijziging van de leden of kandidaat-leden als boven bedoeld, moeten schriftelijk bij de secretaris worden ingediend en van een
motivering zijn voorzien.
Aldus vastgesteld op de algemene ledenvergadering, gehouden op d.d.15 maart 2023 te Dalfsen.
M. Boelens, voorzitter.
A.C. van Rijswijk, secretaris.
T. Brandsma-Jeninga, penningmeester.
R. Bokhove, voorzitter Tuincommissie
Wijzigingshisorie
Vastgesteld ALV 10 december 1981
Gewijzigd 14 februari 2017
Gewijzigd 15 maart 2023